WIKI

WIKI

AMPERE

In de natuurkunde is de ampère een eenheid van elektrische stroom en wordt met de letter A weergegeven. Ampere geeft aan hoeveel stroom er nodig is om de lichtbron te laten branden. De natuurkundige formule om de stroomsterkte te berekenen is: Stroomsterkte I [A] = Vermogen P [W] / Spanning U [V]

BEDRIJFSSPANNING

Bedrijfsspanning wordt aangegeven in Volt (V). Bedrijfsspanning geeft de benodigde spanning aan die nodig is om de lamp te laten branden. Zo zijn er 12 Volt lichtbronnen (hebben een transformator nodig om te branden) en 220-240 Volt lichtbronnen. De 220-240 Volt lichtbronnen branden op normale netspanning.

BELICHTINGSSTEMMING

Dit kan omschreven worden als de stemming die je het licht geeft. De belichtingsstemming van een lamp kan aangepast worden door bijvoorbeeld een dimmer te gebruiken of op een andere manier een ander gevoel mee te geven aan de lamp.

CANDELA

De lichtsterkte wordt in Candela (cd) aangegeven. De lichtsterkte geeft aan hoeveel licht zich bevindt in ieder stukje van een lichtbundel. Deze maat wordt meestal alleen aangegeven bij lichtbundels die in een bepaalde straal uitgezonden worden. Daarom wordt de lichtsterkte samen als de uitvalshoek aangegeven.

DIMBAAR

Wanneer een lamp dimbaar is dan is de lichtsterkte van de lamp te regelen. Wanneer er behoefte is aan een minder fel licht kan er door middel van een schakelaar of knopje op het armatuur de sterkte geregeld worden. Wanneer een lamp dimbaar is wordt de levensduur van een lamp ook verlengt. Niet elke lichtbron is dimbaar, alle gloeilampen en halogeenlampen zijn dimbaar. Sommige spaarlampen en LED-lampen zijn dimbaar.

DIMMER

Met een dimmer kan de sterkte van een lichtbron in een armatuur geregeld worden. Er zijn meerdere soorten dimmers. Je hebt de geintegreerde dimmers, die ingebouwd zitten in het armatuur. Er zijn snoerdimmers, deze kun je los aansluiten op het snoer van de lamp. Ook zijn er dimmers die al standaard geleverd worden en aan het snoer van de lamp zitten. Bij LED- en TL-technologieën moet er goed opgepast worden of het armatuur en de lamp wel dimbaar zijn voordat deze gedimt gaan worden.

DIMMER MET AANRAKINGSSENSOR

Dimmers met aanrakingssensoren worden bediend door middel van aanraking. Er is een speciaal gedeelte op de lamp die gevoelig is voor aanraking, hiermee kan de lichtsterkte van de lamp geregeld worden en kan de lamp ook aan en uit gezet worden.

DIRECT LICHT

Direct licht verlicht rechtstreeks een bepaald object. In tegenstelling tot diffuus licht heeft de lichtbron dus een duidelijke bestemming. Direct licht mag omschreven worden als direct licht als op zijn minst 80% van de lichtstroom uitgestraald wordt in een vaste hoek van 120°.

DIMBARE LAMPEN MET INGEBOUDE TRANSFORMATOREN

Er is een corresponderende dimmer voor elke transformator:

1. Blok en ring kern transformatoren

Deze typen transformatoren worden gedimd volgens het fase cut principe, om gedimd te worden hebben deze transformatoren een dimmer speciaal voor stalen kern transformatoren nodig.

2. Elektronische transformatoren

Elektronische transformatoren worden gedimd volgens het fase gedeelte principe. Om gedimd te worden hebben ze een dimmer nodig speciaal voor elektronische transformatoren.

EAN-CODE

EAN staat voor European Article Numbering. Dit is een uniek getal van 18 cijfers. Een EAN-code is een barcode (streepjescode) die wereldwijd gebruikt wordt als uniek identificatienummer voor artikelen. De actuele voorraad wordt bijvoorbeeld aan de hand van de gescande EAN-code berekend.

ECO-HALOGEEN

ECO-halogeenlampen hebben een langere levensduur dan traditionele halogeenlampen en zijn ook een stuk energiezuiniger vergeleken met de traditionele halogeenlampen.

ENERGIE-EFFICIËNTIEKLASSE

De energie-efficiëntieklasse wordt altijd weergegeven op het energielabel. Energie-efficiëntieklassen classificeren elektrische apparaten op basis van hun energieverbruik. De zeer energiezuinige apparaten komen in klasse A++, de apparaten met een zeer hoogenergieverbruik, en dus niet energiezuinige, in klasse G. Het label is aangebracht op koel-/vriescombinaties, wasdrogers, wasmachines, lampen, vaatwassers, elektrische ovens, armaturen, lichtbronnen en televisies. In Europa moeten alle nieuwe apparaten verplicht van een energielabel worden voorzien.

ENERGIEVERBRUIK

Watt is een eenheid waarin energieverbruik gemeten wordt. De eenheid wordt aangegeven met de afkorting W. Als u een lamp van 40watt voor 1uur gebruikt dan is dit 40 Wh. 1 kWh is 1000 wattuur (het verbruik van een apparaat van 1000watt gedurende een uur).

FITTING

De fitting is het deel waarin de lampvoet en de lichtbron worden bevestigd.

-E27 Fitting

Waarschijnlijk de meest voorkomende fitting in Nederland. De meeste gloeilampfittingen zijn E27, ook wel een dikke fitting genoemd. Het is ook mogelijk hier op PAR lampen aan te sluiten.

-E14 Fitting

Kleiner dan de E27 is de E14 fitting. Deze wordt steeds populairder in armaturen omdat hij er wat sierlijker uitziet.

-GU10 Fitting

De bajonetsluiting, een uiterst efficiente manier van verbinden. Wordt gebruikt voor het aansluiten van spotjes. In tegenstelling tot spots met GU4 of GU5.3 fittingen zijn GU10 spots vaak geschikt voor 230V.

-GU5.3 Fitting

Een Bipin of steekvoet. De afstand tussen de pinnen is het getal in de naam.

-G4 Fitting

Een Bipin voet of ook wel steekvoet genoemd. De afstand tussen de pinnen is het getal in de naam.

HANGLAMP

Een hanglamp is een lamp die aan het plafond wordt gehangen. Dit kan doormiddel van een snoer of een telescopische ophanging. De meeste hanglampen zijn ook in hoogte verstelbaar, dit kan gedaan worden door middel van een trekbalk.

HELDERHEID

De helderheid (lichtstroom) geeft de door een lamp geproduceerde lichthoeveelheid aan.

Lumen meet de totale hoeveelheid licht dat een lichtbron in alle richtingen uitstraalt. Lichtstroom verschilt van stralingsstroom in die zin dat lichtstroom rekening houdt met de gevoeligheid van het oog voor het zichtbare deel van de elektromagnetische straling. Lumen is dan ook de eenheid om de helderheid van een lichtbron te meten onafhankelijk van de richting van de lichtbundel.

Bij reflectorlampen die een gebundeld direct licht afgeven, wordt Candela (cd) gebruikt als eenheid.

INBOUWLAMP

Deze lampen worden ingebouwd in het plafond of in de grond. De lamp zit op één lijn met het plafond, waardoor het lijkt alsof het licht uit het plafond zelf komt. Er dient wel rekening gehouden te worden met de afstand tussen het plafond en het armatuur, om eventuele brandschade te voorkomen bij het gebruik van warme lampen.

INDIRECT LICHT

Indirect licht is het resultaat van reflecties. Het plafond is het enige oppervlak in een ruimte, dat volledig zichtbaar is. Lichtreflectie van het plafond kan daarom bij indirect licht van groot belang zijn. Indirect licht heeft voornamelijk een sfeerfunctie. Door het goede gebruik ervan kun je de ruimte die je wilt verlichten een stuk warmer maken.

KELVIN

De lichtkleur van een lamp kan gedefinieerd worden door het gebruiken van de eenheid Kelvin. Bijvoorbeeld: een lamp met een warm witte kleur heeft een waarde van 2.700 Kelvin, terwijl een fel witte lamp een waarde heeft van 4.000 Kelvin. Ter vergelijking: daglicht heeft een waarde van 6.400 Kelvin.

KLEMLAMPEN

Deze verplaatsbare lampen hebben een klemmer, die ervoor zorgt dat de lamp goed vastgezet kan worden. Deze lampen zijn ideaal voor iemand die graag leest en een extra lampje nodig heeft om te kunnen lezen. Klemlampen zijn er voor binnen en buiten (klemschijnwerpers)

KLEURWISSELAAR

Lampen met een kleurwisselaar hebben de optie om van kleur te veranderen wanneer dit aangegeven wordt. Meestal wordt dit gedaan aan de hand van een afstandsbediening of een kastje aan de lamp. De lampen die hiervoor geschikt zijn zijn meestal LED-strips.

KOUD WIT

Elke lichtbron boven 5.300 Kelvin wordt aangeduid als een koel wit licht (ook daglicht wit). De hoeveelheid kelvin van daglicht licht is ongeveer 6.000 kelvin.

KWIKZILVER

Om fluorescentielampen en compacte fluorescentielampen (spaarlampen) te laten branden zijn kleine hoeveelheden, mg, kwikzilver Hg nodig.

LUMEN PER WATT

Dit geeft de verhouding lumen per watt weer. Deze eenheid kan gebruikt worden om de effectiviteit van een lamp te bepalen.

LAMP

Mensen spreken meestal over een lamp. Een lamp is het geheel van een lichtbron en het armatuur. Een lamp kan ook gezien worden als de lichtbron zelf, maar dan in de vorm van een gloeilamp, spaarlamp, LED-lamp of halogeen lamp.

LICHTBRONNEN

Licht kan geproduceerd worden op meerdere manieren, gebruik makend van verschillende principes en apparaten. We kunnen deze principes gebruiken samen met ontwikkelingen in de verlichtings technologie om verschillende lampen of lichtbronnen te beschrijven. De beschrijving wordt gegeven inclusief de eigenschappen van de lamp, zoals kleur, wattage, gemiddelde levensduur, lumen en kelvin. Wij gebruiken ook verlichtingseigenschappen die belangrijk kunnen zijn voor gebruik onder specifieke omstandigheden en andere karikteristieken zoals de armatuur en de vorm. Andere belangrijke factoren behelzen de prijs en de prijs/kwaliteits verhouding, alsmede milieuvriendelijke kwaliteiten van de lamp.

  1. Gloeilampen

Lichtbronnen produceren licht door gebruik te maken van elektriciteit. De elektriciteit warmt een element in de lamp op totdat hij gaat gloeien.

- Klassieke gloeilamp

De klassieke gloeilamp verspild voor 96% van zijn energie aan het genereren van warmte en maar 4% aan het produceren van licht. Het licht wat gegenereerd wordt is een zeer comfortabel en warm licht. Het verbruik van de lamp kan verbeterd worden door er edele gassen aan toe te voegen (Argon en Krypton). De basismodellen hebben de E14 en E27 fitting. De gemiddelde levensduur van de lamp is ongeveer 1.000 uur.

Dimmen kan de levensduur van een gloeilamp verlengen.

- Halogeen lampen

Het toevoegen van halogeen voorkomt het zwart worden en vervuilen van de binnenkant van de lamp. Het produceert een hoger en constanter licht met een zeer goede kleur. Dit produceert de beste kleur die verkrijgbaar is. Ongewenste UV straling kan voorkomen worden door UV filters te gebruiken. De lamp is gemaakt van kwarts wat resistent is tegen de slechte eigenschappen van halogeen. De levensduur van een halogeenlamp verschilt enorm, en ligt vooral aan de vorm van de lamp. De levensduur kan verlengt worden door het dimmen van de lamp.

- Hoge voltage halogeen lampen

Hoge voltage halogeen lampen zitten op het standaard voltage. Ze zijn duur om te produceren, maar ze kunnen een output van 500 watt realiseren, afhankelijk van het type lamp. De levensduur van de lamp is ongeveer 2.000 uur.

- Lage voltage halogeen lampen

Transformatoren zijn nodig om een lage voltage lamp te laten branden. Meestal wordt het voltage omgezet in 12v. Ze zijn heel klein, en ze zijn geschikt voor het verdelen van licht over een klein oppervlak. De maximale output van de lamp is 100 watt, en de gemiddelde levensduur ligt tussen de 2.000 en 4.000 uur.

- Infrarood lampen

Een speciale coating op de wand van de lamp reflecteerd de warmte terug naar de brandende kern om de lamp op een juiste temperatuur te houden. Het resultaat is dat de lamp 30% zuiniger is. De lamp is verkrijgbaar in zowel hoge als lage wattages.

2. Fluoricerende lampen

Fluoricerende lampen functioneren op basis van een lage gasdruk technologie. Ze hebben een ballast nodig. De cilinder vormige lamp is gevuld met een gasmix. Er zitten elektrodes aan elke kant van de buis. Wanneer er stroom op de lamp gezet wordt zendt het gas een ultraviolet licht uit wat omgezet wordt in een zichtbaar licht door het materiaal wat aan de binnekant van de cilinder zit. De compositie en kwaliteit van deze coating bepaalt de kleur van de lamp.

Fluoricerende lampen worden gekarikteriseerd door een laag verbruik met een hoge output en een lange levensduur. Ze produceren bijna geen hitte. Alle nare eigenschappen die de lamp eerst had, zoals het uitstralen van lelijk licht en het knipperen, zijn verholpen door moderne technologieen.

Belangrijk: fluoricerende lampen moeten niet weggegooid worden zoals normaal huishoudelijk afval. Ze moeten bij het bijzonder vuil gelegd en verwerkt worden!

- Tl-lampen

Er zijn verschillende vormen en types van de TL-lampen, met fittingen T26/T8, T16 en T5.

Fluoricerende lampen gebruiken electonische en laag verbruik magnetische processen. T5 lampen werken alleen wanneer er gebruik wordt gemaakt van een electronisch armatuur. Dit heeft meerdere voordelen. De levensduur en output zijn verhoogd met 25%. De lamp start meteen en is beveiligd tegen het vaak aan en uitzetten van de lamp. De gemiddelde levensduur ligt rond de 12.000 uur, wat kan oplopen tot 20.000 uur wanneer er gebruikt gemaakt wordt van T5 lampen. Een speciaal electronisch systeem is nodig om de lamp te kunnen dimmen. Hierdoor is het mogelijk om de lamp te dimmen zonder de kleur van de lamp teveel aan te tasten.

3. Spaarlampen

Zoals de naam al zegt zijn dit energiebesparende lampen. Ze kunnen gezien worden als ‘opvouwen’ TL-lampen en moeten ook zo behandeld worden. Er zijn veel vormen en klasses van de spaarlamp. De levensduur van de lamp ligt tussen de 6.000 en 15.000 uur afhankelijk van de vorm en type van de lamp. De spaarlamp is een goede vervanger van de gloeilamp, hij is echter niet zo zuinig als de LED lamp.

Belangrijk: spaarlampen moeten niet weggegooid worden zoals normaal huishoudelijk afval. Ze moeten bij het bijzonder vuil gelegd en verwerkt worden!

4. LED (light emitting diodes)

Een LED is een elektronische component, een halfgeleidercomponent die licht uitzendt als er een elektrische stroom in de doorlaatrichting doorheen loopt. Deze diode wordt ingebouwd in een kleine doorzichtige behuizing van een paar millimeter groot.

Doordat er veel diodes naast elkaar geplaatst worden genereren deze enorm veel licht en zijn ze enorm energiezuinig.

LED lampen leveren een besparing op van 90%, zonder dat er ook maar een klein beetje energieverlies optreedt.

OPBOUWSPOT

Opbouwspots worden direct aan het plafond bevestigd, zonder dat er een gat gemaakt hoeft te worden. Het gehele armatuur van de lamp is zichtbaar. Opbouwspots worden veelal gebruikt om direct licht te geven en een bepaald gedeelte in de woonkamer extra te verlichten.

LAMP LUMEN ONDERHOUDS FACTOR

De LLMF (Lamp Lumen Maintenance Factor - factor onderhoud licht van lamp) drukt de vermindering van de lichtuitstraling na een bepaalde levensduur uit, bijvoorbeeld: met een factor van 0,86 na 2000 uur: na 2.000 uur zendt de lamp nog steeds 86% van het licht uit ten opzichte van een nieuwe lamp. "m" = de werking van het magnetische ballast / "e" = de werking van de elektronische ballast.

LED-MODULE

Wanneer er een LED-module in een lamp wordt ingebouwd betekent dit dat de LED-lamp geintegreerd is en dat deze niet vervangbaar is. De gehele lamp zou dan uit elkaar gehaald moeten worden. Voordelen van het plaatsen van LED-module’s zijn dat de ontwerpers veel meer hun eigen gang kunnen gaan in het ontwerp en zich minder hoeven aan te trekken van het plaatsen van een fitting.

LEVENSDUUR

De levensduur van een lamp kan omschreven worden als de tijd waarna 50% van de lampen niet meer goed functioneerd. In het geval van LED-lampen is dit 70%. Op deze lampen zit ook 3 jaar garantie!

LICHTINTENSITEIT

De lichtintensiteit geeft de door een lamp geproduceerde lichthoeveelheid aan.

Lumen meet de totale hoeveelheid licht dat een lichtbron in alle richtingen uitstraalt. Lichtstroom verschilt van stralingsstroom in die zin dat lichtstroom rekening houdt met de gevoeligheid van het oog voor het zichtbare deel van de elektromagnetische straling. Lumen is dan ook de eenheid om de helderheid van een lichtbron te meten onafhankelijk van de richting van de lichtbundel.

Bij reflectorlampen die een gebundeld direct licht afgeven, wordt Candela (cd) gebruikt als eenheid.

BEVEILIGINGSKLASSEN IN DE BADKAMER

Badkamers zijn vochtige ruimtes en er zijn speciale armaturen nodig om lampen te beschermen tegen dit vocht. Er zijn regulaties ingesteld om je veiligheid te waarborgen. Er zijn drie veiligheidsgebieden gedefinieerd.

- Veiligheidsgebied 0

Het gebied in de badkuip of douchebak, bijvoorbeeld bij het gebruiken van verlichting onder water. Alleen armaturen met 12 volt mogen gebruikt worden. Deze moeten ook speciaal ontworpen worden voor het gebruik in de badkuip of douchebak. Ze moeten een IP waarde hebben van op z’n minst IP X7.

- Veiligheidsgebied 1

Dit kan gezien worden als de omgeving binnen de verticale limieten van het bad of de douche. Als er een douchebak is dan ligt dit gebied binnen een radius van 120 cm van de douchekop. Het gebied strekt 225 cm boven de grond. Er mogen alleen maar 12 volt armaturen gebruikt worden. Er mogen geen transformatoren gebruikt worden in veiligheidsgebied 0 & 1.

- Veiligheidsgebied 2

Dit gebied kan gezien worden als veiligheidsgebied 1 plus 60 centimeter. Alle armaturen die gebruikt worden in veiligheidsgebied, alsmede in veiligheidsgebied 2 moeten een IP waarde hebben van tenminste IP X5.

Verder zijn een geen echte veiligheidsrestricties binnen de gebieden buiten de veiligheidsgebieden. Stopcontacten en schakelaars mogen echter niet geinstalleerd worden binnen de veiligheidsgebieden. Er mogen wel schakelaars gebruikt worden die ingebouwd zitten in de lampen, deze zijn al beveiligd.

IP WAARDEN

De beveiligswaarden worden ook genoteerd in IP waarden. IP staat voor Ingress Protection. Als een van de twee waardes niet is gegeven wordt dit weergegeven met een X. De eerste waarde geeft de beveiliging tegen vaste voorwerpen en stof aan. De tweede waarde geeft de bestendigheid tegen vocht aan.

Eerste cijfer

IP Bescherming tegen: Betekenis

0x Geen bescherming Geen speciale bescherming

1x Grote voorwerpen Bescherming tegen toevallige, oppervlakkige aanraking met de hand. Beschermd tegen indringen van vaste voorwerpen groter dan 50 mm

2x Middelgrote voorwerpen Bescherming tegen aanraking met de vinger. Aanraakveilig enkel voor meetapparaten. Beschermd tegen indringen van vaste voorwerpen groter dan 12,5 mm

3x Kleine voorwerpen Bescherming tegen aanraking met een werktuig. Aanraakveilig enkel voor meetapparaten. Beschermd tegen indringen van vaste voorwerpen groter dan 2,5 mm

4x Spitse voorwerpen Bescherming tegen aanraking met een werktuig. Beschermd tegen aanraking met een draad. Beschermd tegen indringen van vaste voorwerpen groter dan 1 mm

5x Stofbescherming Aanrakingsveilig doordat de behuizing geheel dicht is. Geen volledige bescherming tegen stof, maar wel voldoende om de goede werking niet te hinderen.

6x Stofvrij Aanrakingsveilig doordat de behuizing geheel dicht is. Volledige bescherming tegen stof.

Tweede cijfer

IP JIS IEC Klasse Betekenis

0 JIS 0 IP-x0 Geen Geen bescherming

1 JIS 1 IP-x1 Drupdicht Type I Geen schade indien onderhevig aan verticale druppels

2 JIS 2 IP-x2 Drupdicht Type II Geen schade indien druppels vallend onder een hoek van 15°

3 JIS 3 IP-x3 Spatdicht Geen schade indien besproeid (10 l/min) onder een hoek -60° tot 60°

4 JIS 4 IP-x4 Plensdicht Geen schade indien besproeid (10 l/min) onder eender welke hoek

5 JIS 5 IP-x5 Sproeidicht Geen schade indien bespoten (12,5 l/min) onder eender welke hoek

6 JIS 6 IP-x6 Waterbestendig Geen water indringing indien bespoten (100 l/min) onder eender welke hoek

7 JIS 7 IP-x7 Dompeldicht Geen water indringing indien ondergedompeld (30 min op 1 m)

8 JIS 8 IP-x8 Waterdicht Blijft bruikbaar onder water onder opgegeven omstandigheden

9 JIS 9 IP-x9 Vochtigdicht Blijft bruikbaar bij een vochtigheidsgraad van meer dan 90% of besproeien onder hoge druk

LICHTSTROOM

De lichtstroom duidt de door een lamp geproduceerde lichthoeveelheid aan. De verhouding tussen lichtstroom en het ervoor benodigde vermogen wordt de specifieke lichtstroom (of het lichtrendement) genoemd. Dit wordt uitgedrukt in de eenheid lumen per watt. Op de verpakking van een bepaald type spaarlamp van een bekend merk staat bijvoorbeeld dat hij 500 lumen levert bij een opgenomen vermogen van 8 watt. De specifieke lichtstroom is dan 500 lm/8 W = 62,5 lm/W.

LUMEN

Lumen meet de totale hoeveelheid licht dat een lichtbron in alle richtingen uitstraalt. Lichtstroom verschilt van stralingsstroom in die zin dat lichtstroom rekening houdt met de gevoeligheid van het oog voor het zichtbare deel van de elektromagnetische straling. Lumen is dan ook de eenheid om de helderheid van een lichtbron te meten onafhankelijk van de richting van de lichtbundel.

MUUR- EN PLAFONDLAMPEN

De naam zegt het al, een lamp geschikt voor een muur of het plafond. Het armatuur is zo ontworpen dat de lamp op verschillende manieren gemonteerd kan worden.

NETSPANNING

Gemiddeld staat er een spanning van 230 volt op elke fase van uw aansluiting. Huishoudens hebben vaak drie fasen op hun aansluiting. Dit is vaak een 3x25 Ampère aansluiting. Maximaal staat er op zo een soort aansluiting een netspanning van 400 volt. Dit komt omdat er ook spanning tussen de fasen is.

Mocht er een andere spanning vereist zijn voor de lamp dan moet er gewerkt gaan worden met transformatoren.

NEUTRAAL-WIT

Licht met een temperatuur van tussen de 3.300K en 5.300K wordt benoemd als neutraal-wit licht.

PLAFONDLAMP

Plafondlampen zijn geschikt voor montage aan het plafond. Er zijn verschillende soorten plafondlampen, zoals: spots, plafonnieres, kroonluchters, railsystemen, etc.

QR-CODE

Een QR code is een twee-dimensionale barcode, ontwikkeld door Denso-Wave. QR staat voor Quick Response, omdat de code snel decodeerbaar is. Je kan de QR code scannen met een smartphone. Vervolgens zul je doorverwezen worden naar de pagina waar de QR code naar verwijst.

RA WAARDE

Kleurbeleving wordt niet alleen bepaald door de temperatuur van de kleur van de lichtbron, maar ook door de weergave eigenschappen van de kleur. Bovendien zijn de temperatuur en weergave totaal afhankelijk van elkaar. Koel daglicht en gloeilampen en halogeenlampen hebben natuurlijke kleurweergave-eigenschappen. De reden hiervan is het continue spectrum van deze lichtbronnen. Dit betekent dat met daglicht of gloei- en halogeenverlichting de kleuren in de omgeving perfect worden weergegeven. Wanneer er een lamp gekozen wordt is het begrip kleurweergave essentieel; of: zijn de kleurweergave eigenschappen essentieel. Een goede indicatie hiervoor is de kleurweergave index (Ra), dit is een gestandaardiseerde schaal met 100 als hoogste waarde. Kleuren worden het mooist weergegeven bij een lichtbron met de hoogste kleurweergave index.

Voorbeeld

Een Ra-waarde van 55 is ontoereikend voor een winkelverlichting, maar is uitstekend voor een functionele buitenverlichting.

TRANSFORMATOREN

1. Standaard blok transformatoren

De kern is gemaakt van metaal. In de kern zit een plastic body, bedekt met twee rollen van koperdraad. Een van de rollen is strak gewikkeld en gemaakt van dun koperdraad. Dit is de input rol, welke is aangesloten op 230v.

De tweede rol met dik koperdraad is losser gewikkeld, en is de output rol. Hier wordt de output voltage van ongeveer 11.6 volt vandaan gehaald. Deze type transformator heeft een blok vorm.

2. Ring kern transformatoren

De stalen kern is een ring, en om de ring zit koperdraad gewikkeld.

Belangrijk: een zacht zoemend geluid is mogelijk wanneer de transformator ongedimt, maar vooral gedimt gebruikt wordt.

3. Elektronische transformatoren

Deze ‘schakel netwerk’ componenten bieden laad-onafhankelijke voltage en een start mechanisme die ervoor zorgt dat de levensduur van de lamp verlengd wordt. Er zit ook korte circuit en overdosis bescherming in de transformator alsmede hij geluidstil is.

REFLECTORLAMPEN

Een reflectorlamp is een aparte vorm van de gloei- of halogeenlamp.

Een van de kanten van de behuizing van de lamp is bedekt met een reflecterend materiaal, zodat het licht dat die kant op wordt gestraald wordt weerkaatst de lamp uit. Dit zorgt voor indirect in plaats van enorm direct licht, wat meestal wordt ervaren als fijner en rustiger.

RGB

RGB kan omschreven worden als de drie primaire kleuren. Rood Groen en Bruin = RGB. Deze kleuren worden bij armaturen vooral gebruikt op de kleurschakelaar, om te switchen tussen kleuren.

SENSOR

Een lamp met sensor zorgt voor heel veel besparing. Denk dan aan een bewegingsmelder of schemerschakelaar. Zij werken allemaal met sensoren die bewegingen of de hoeveelheid licht registreren. De sensoren kunnen allemaal afgesteld worden op de detectiehoek, de gevoeligheid en de periode dat ze aan en uit staan.

SOKKELLAMPEN

Sokkellampen zijn staande lampen die buiten op muren en pilaren gemonteerd kunnen worden. Tevens is het mogelijk om sokkellampen in de grond te verzinken door middel van speciaal gereedschap.

SPOT

Spots zijn ontwikkeld om direct licht te geven op een bepaalde gebied in een kamer. Mocht je een bepaald ornament extra willen benadrukken is het handig om een lamp met spots aan te schaffen. De meeste spots zijn draaibaar en verstelbaar zodat ze zo gericht kunnen worden als je zelf wilt.

STARTTIJD

Spaar- en TL-lampen hebben soms tijd nodig om op te warmen en op te starten. De starttijd is de tijd, die eenlamp nodig heeft, om 60% van het lichtvermogen te bereiken. Deze starttijd is alleen bij spaar- en TL-lampen van toepassing.

STROOMSTERKTE

Stroomsterkte word gemeten in ampéres. De stroomsterkte geeft aan hoeveel stroom (ampere) er nodig is om de lamp te laten branden.

De natuurkunde formule voor stroomsterkte is:

Stroomsterkte I (ampere) = Vermogen P (watt) / Spanning U (volt)

TAFELLAMPEN

Kleine verplaatsbare lampen ontworpen voor het creëeren van sfeer in huis. Sommige tafellampen zijn echter ook gemaakt voor efficientie, zoals de bureaulamp.

TL-BUIS

Een fluorescentielamp is een lamp die licht geeft door het oplichten van een fluorescerende laag onder invloed van ultraviolette stralen die opgewekt worden door gasontlading in de lamp. De lichtopbrengst in lumen per watt is 5 à 6 keer zo groot als die van een traditionele gloeilamp.

TREKBALK

Een trekbalk zorgt ervoor dat lampen in de hoogte versteld kunnen worden. De precieze werking is afhankelijk van het armatuur.

UITVALSHOEK

Het richting van het licht dat uit een reflectorlamp komt wordt de uitvalshoek genoemd. Er zijn verschillende soorten uitvalshoeken, die van een normale reflectorlamp, gemaakt voor indirect licht, is ongeveer 60 graden. Die van een spot, gemaakt voor direct licht, is 4 graden.

VERLICHTINGSSTERKTE

De verlichtingssterkte wordt gemeten met behulp van de eenheid lux, die aangeeft hoe sterk het licht is. De verlichtingssterkte is 1 lux, wanneer de stroom van licht met 1 lumen 1 vierkante meter oppervlak gelijkmatig verlicht. De wordt gemeten met een luxmeter op horizontale en verticale oppervlakken.

VLOERLAMPEN

Zijn staande lampen die verplaatsbaar zijn. Geschikt voor in de woonkamer en naast de bank om bijvoorbeeld te lezen. Er zijn echter ook uplights die het plafond verlichten en zo indirect licht creëeren.

WANDLAMPEN

Wandlampen worden gebruikt voor het verlichten van meestal wanden. Ze geven een orienterend licht en worden veelal gebruikt om gangen te verlichten. Verder zijn ze ook perfect voor het gebruik boven een televisie

WARM WIT

Wanneer een lamptemperatuur heeft van onder de 3.300k dan word deze lamp omschreven als warm wit. De lampen die hieronder vallen zijn vooral halogeen en gloeilampen. Ze stralen een geel/oranje licht uit.

WATTAGE

Wattage word gebruikt om het verbruik van de lichtbron te omschrijven. De eenheid word aangeduid met de afkorting W. Het verbruik van de lamp is niet alleen afhankelijk van de wattage, maar ook van de omgeving waarin hij gebruikt wordt. Wordt er bijvoorbeeld een dimmer op de lamp aangesloten en gebruikt, dan zal hij een stuk minder verbruiken.

WATTAGE EQUIVALENT

Toen er alleen nog gloeilampen waren was het makkelijk om de lichtsterkte van de lamp te herleiden aan het aantal wattages. Om dit te vergemakkelijken zijn er een aantal richtlijnen vastgesteld waaraan je kunt herleiden hoeveel licht bijvoorbeeld een LED-lamp geeft.

Zie onderstaande tabel (waardes zijn gebaseerd op gemiddelden):

Vermenigvuldigingsfactor t.o.v. gloeilamp Gloeilamp 60W =

X 0,75 Halogeen 45W

X 0,20 Spaarlamp 12W

X 0,13 LED-lamp 8W

CONSTANTE STROOM

Een constante stroombron is een elektrische schakeling die in staat is een stroom van constante sterkte te leveren. Deze is onafhankelijk van de aangesloten belasting en de temperatuur.

VERBINDINGSBOX

Verbindingsboxen zorgen ervoor dat u uw apparatuur in de tuin waterbestendig kunt maken. Door het plaatsen van een verbindingsbox om de snoeren zorgt u voor een waterdichte verbinding tussen de snoeren.

HERTZ

Een maateenheid voor frequentie. 1 Hz is gelijk aan 1 trilling per seconde. De frequentie meet hoe vaak een gebeurtenis in een bepaalde periode plaatsvindt, zoals de manier waarop de amplitude van een golf met de tijd verandert. Eén hertz komt overeen met een trilling per seconde. De frequentie wordt vaak gemeten in kilohertz (KHz, 1000 Hz), megahertz (MHz), gigahertz (GHz, 1000 MHz) of terahertz (THz, 10.000 GHz).

STRALINGSHOEK

De stralingshoek van een lamp geeft een indicatie over de lichtverdeling van de lamp. Met een kleine stralingshoek worden gebruikt om, bijvoorbeeld objecten in de kijker te zetten. Dit noemen we accentverlichting. Lampen met een grote(re) stralingshoek worden meestal gebruikt voor algemene verlichting van ruimtes.

NETTOGEWICHT

Nettogewicht is het feitelijke gewicht van de lichtbron/ armatuur zonder verpakking.

INBOUWHOOGTE/DIEPTE

De inbouwhoogte geeft aan hoever het armatuur minimaal in het plafond moet komen te zitten.

ZAAGMAAT

Het gat dat gezaagd moet worden in plafond of muur om het armatuur te verwerken.

VOLT

De eenheid van elektrische spanning.

STIJL

Alle armaturen zijn speciaal ontworpen voor verschillende stijlen.

KROONSTEEN

Een kroonsteentje is een blokje van isolatiemateriaal, waarin buisvormige aansluitklemmen met schroefjes liggen. Doormiddel van een kroonsteen kan de elektrische verbindingen tussen de vaste huisbedrading tot stand komen.

SCHAKELAAR

Een schakelaar is een poort die elektrische stroom kan doorlaten of onderbreken.

SCHAKELCYCLI

Iedere lichtbron kan een bepaald aantal keren worden in- en uitgeschakeld. Dit wordt ook wel schakelcycli genoemd.

VERMOGENSFACTOR

Is de verhouding tussen het werkelijke vermogen en het schijnbare vermogen.

KLEURCONSISTENTIE

Kleurconsistentie is een aanduiding voor de lichtkwaliteit van gekleurde en witte LED’s.

 

BESCHERMINGSKLASSE

Met betrekking tot de bescherming tegen aanraking wordt elektrisch en elektronisch materieel ingedeeld in beschermingsklassen.

Tabel 1 geeft de verschillende beschermingsklassen en de specifieke kenmerken per klasse weer.

Klasse Specifieke kenmerken

0 Voorzien van fundamentele isolatie; geen beschermingsleiding

0I Voorzien van fundamentele isolatie; geen beschermingsleiding, wel voorzieningen aanwezig voor het aanbrengen van een

     beschermingsleiding

I Voorzien van fundamentele isolatie; met beschermingsleiding

II Voorzien van dubbele of versterkte isolatie zonder beschermingsleiding

III Voorzien van voeding met veilige extra lage spanning (SELV-keten)

Energielabel

Het energielabel is een (door de Europese Unie) verplicht informatielabel. In de winkel zie je met letters A+++ tot en met G, en kleuren (donkergroen tot en met rood) informatie over het energieverbruik.